Metamorfosen: student/ demonstrant

mei 7th, 2013 § 0 comments

On the spot was ze, Eva Wiessing, dus ze kon er live verslag van doen. Tijdens een bijeenkomst waarbij IMF-hoofd Christine Lagarde haar neoliberale politiek kwam toelichten aan de UvA maakte een aantal aanwezigen van het vragenrondje gebruik door demonstratief leuzen te scanderen. Een nogal onschuldige vorm van actievoeren, maar wel effectief. Want omdat Eva Wiessing, economie-verslaggever van de NOS, dus ter plekke was kon ze ons via Twitter direct van de gebeurtenis op de hoogte brengen. Dat deed ze met enthousiasme: “Demonstranten vermomd als studenten” zouden aan het schreeuwen zijn geslagen (‘tegen “Technocraten” van IMF. Tegen bezuinigingen neem ik aan’). Op hun website nam NRC deze observatie gretig over. Kennelijk zijn ‘demonstrant’ en ‘student’ twee volstrekt onverenigbare termen die duiden op elkaar uitsluitende identiteiten geworden. Je bent het één of het ander.

De reactionaire student/ analyticus/ opiniemaker (dat kan kennelijk wel) Sywert van Lienden sprak op Twitter gelijk van “Internationale socialisten. Tuig.” en “gewelddadige asocialen die graag een ander de mond snoeren.” Aan “die gasten” heeft hij “een bloedhekel”, die “meppen je als je een verkeerde mening hebt”. Hij voegt er een advies aan de politie aan toe: “Politie: we kennen hen, zijn van de internationale socialisten en gewelddadig. Adviseren jullie daarom te vertrekken en niet verder te provoceren. Ze slaan je zo in elkaar.” (Kleine correctie)

De term ‘demonstrant’ is in de Nederlandse context voor een specifieke identiteit komen te staan. Die kan twee vormen aannemen: enerzijds is daar de fulltime activist, soms liefkozend aangeduid als ‘autonoom’, soms boosaardig als ‘gewelddadige internationale socialist’, en anderzijds de ontevreden werknemer/ consument die in specifieke gevallen voor zijn of haar eigen positie opkomt. Nederland is een consumentendemocratie geworden. Wat mag is ingecalculeerd demonstreren, dat is: kansloos demonstreren. Demonstraties organiseren die reeds bij de besluitvorming rond een controversieel onderwerp zijn ingecalculeerd en waarbij je slechts één zekerheid hebt: de gevestigde orde zal je stem naast zich neerleggen.

Zo ook mag een student zich verzetten tegen bezuinigingen op het hoger onderwijs. Mits hij of zij binnen de gebaande, van tevoren zorgvuldig met de politie afgestemde, paden blijft lopen en het bij een ludiek spandoek houdt, tenminste. Men verwacht niet anders. Men zal je verzet met een begripvol knikje negeren. Besluit zo’n student in zijn of haar woede echter een steen te gooien dan vindt er een metamorfose plaats. Die student is geen student meer, maar een autonoom, een ‘beroepsactivist’, een onderdeel van een ‘radicale groepering’, zo bleek enkele jaren geleden. Ik zeg niet dat je stenen moet gooien. Maar het is wel opvallend dat als je zou besluiten zulks te doen, die handeling je existentie als student in één beweging onmogelijk maakt.

Wat je als student ook niet kunt doen: je druk maken over zaken als de economische politiek van Europa. Wanneer je je daarover uitlaat ben je namelijk geen student, maar een demonstrant. Dit gegeven kan weggeschreven worden als een onschuldige kwestie van vocabulaire. Het probleem is dat vocabulaire nooit onschuldig is. Het gebruik van woorden vormt onze visie op de werkelijkheid, vormt die werkelijkheid zelf. Niet alleen de reactie op de aanwezigheid van ‘demonstranten’ bij een studentendebat is repressief, de taal die gebruikt wordt om ze weg te zetten is dat allereerst.

De journalistiek doet vrolijk mee aan deze taalpolitiek. Een ander voorbeeld tref je in de discussie over de strafbaarstelling van illegaliteit. Daar wordt de benaming van een groep mensen als ‘illegalen’ als argument gebruikt om die strafbaarstelling er door te drukken. Het is niet meer dan vanzelfsprekend dat iets dat (en dus ook: iemand die) ‘illegaal’ is daarvoor ook bestraft dient te worden. Het is om die reden dat ik de kreet ‘geen mens is illegaal’ nog steeds krachtig en noodzakelijk vind. Omdat het in ieder geval tegenwicht biedt aan dergelijke logica.

Om tot slot nog even terug te keren bij Eva Wiessing. Ze spreekt van “demonstranten, vermomd als studenten”. Nog even los van de vage feestwinkel waar deze demonstranten hun benodigde inkopen hebben gedaan, schuilt er iets gevaarlijks in de gebruikte term ‘vermomming’. Er spreekt een fundamenteel wantrouwen uit dat elk moment bewaarheid kan worden. Mensen kunnen zich ten alle tijden ontpoppen als iets anders, iets radicaals of bedreigends en daarmee hun ware gezicht laten zien. Wat zo onschuldig oogt kan ineens iets gevaarlijks blijken en je zomaar in elkaar slaan. Sywert van Lienden waarschuwt (in al zijn lieve, gezagsgetrouwe naïveteit) alvast de politie. Het is, behalve stompzinnig, bijzonder kwalijk dat ook de meest invloedrijke nieuwsbron van Nederland een dergelijk, ik vrees breed gedragen, wantrouwen bevordert. De doelstelling van de ontmaskering is immers helder: het is de perfecte manier om deze mensen niet serieus te nemen, onschadelijk te maken en weg te schrijven als marginaal; iets wat je met een student (lees: een intelligente, serieuze gesprekspartner) niet kunt doen. Daarvoor moet je er eerst even een radicale demonstrant van maken, maar dan is het ook wel gelijk definitief geregeld.

Update 17:30 – Inmiddels zijn de tweets uit het bericht van NRC gehaald en wordt er gesproken van ‘Occupyaanhangers’ (weer een heel eigen soort, kennelijk), die bovendien afkomstig zouden zijn uit ‘krakersbolwerk Vrankrijk’. Dit stukje schrijft eigenlijk zichzelf.

Tagged , , , , , , , , , ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Visit Us On TwitterCheck Our Feed